De uitkomst van een optelsom noemen we de som.
De uitkomst van een aftreksom noemen we het verschil.
De uitkomst van een keersom noemen we het product.
De uitkomst van een deelsom noemen we het qoutiënt.
1 = Ik
5 = Vervang
10 = Xanders
50 = Lekkere
100 = Citroenen
500 = Door
1000 = Meloenen
“keeR” : komma naar rechts
“deLen”: komma naar links
Als je decimale getallen vermenigvuldigt met 10, 100, 1000 enz. schuift de komma 1,2,3, enz plaatsen (= aantal nullen) op naar rechts.
Bij delen schuift de komma evenveel plaatsen naar links.
Vermenigvuldigen met decimale getallen:
Tel het aantal cijfers achter de komma bij elkaar op. Zoveel cijfers komen er in je antwoord ook achter de komma. (bijv. 11,11 x 12,12 = 134,6532)
Delen met breuken:
Delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde.
Vermenigvuldigen van breuken met breuken:
teller x teller , noemer x noemer